Ik waarschuw maar vast: dit bericht heeft een trieste aanleiding.
Toch wil ik dit verhaal graag met jullie delen, omdat het me gevormd heeft tot de leerkracht die ik werd en de inspirator die ik nu ben.

Afgelopen week kregen we het trieste bericht dat mijn goede vriend en mentor Herman was overleden.

We wisten dat hij ziek was, maar al met al kwam het bericht toch onverwacht. Een groot gemis, voor zijn gezin in de allereerste plaats, voor mij persoonlijk, maar voor heel veel mensen. Dat werd afgelopen zaterdag tijdens zijn crematie wel duidelijk. Het was enorm druk en in de toespraken werd zijn sociale engagement veel genoemd.

En zoals altijd bij zo’n verlies, komen ook de mooie herinneringen boven.

En die mooie herinneringen triggeren mijn behoefte om mijn vriend en mentor te eren, en te vertellen welke invloed hij heeft gehad op de manier waarop ik al die jaren voor de klas heb gestaan en hoe ik nu leerkrachten wil inspireren.

Mijn eerste baan

In 1984, als 17-jarige, begon ik, vers van de HAVO en nog nat achter mijn oren, aan mijn eerste baan.
In mijn (tijdelijke) contract stond dat ik huishoudelijk medewerkster was, op een dagverblijf voor ouderen.
Als je dat zo leest, denk je waarschijnlijk dat ik vooral schoonmaakte in een bejaardentehuis o.i.d. Maar dat klopt niet.

Samen met mijn collega (Herman dus) draaiden we een groep op een dagverblijf voor verstandelijk gehandicapten. De term ouderen sloeg op het feit dat de deelnemers 18 jaar of ouder waren. Het was een voorziening die aansloot op de scholen en kinderdagverblijven voor verstandelijk gehandicapten.

Samen voor de groep

Elke dag stonden we samen op de groep en kwamen er 10 deelnemers van half 9 tot 4 uur met uitéénlopende handicaps. Van syndroom van down tot autisme. Op zo’n dag gebeurde er van alles. Allerlei activiteiten die afgestemd werden op de verschillende deelnemers. Met de 1 gingen we boodschappen doen, voor de ander regelden we een handwerkje, sommigen gingen in de tuin aan de slag met bijvoorbeeld hout kloven.

Kijkend naar de behoeftes van een deelnemer, maakte we een plan voor elk van hen. Een plan waarmee we ze uitdaagden op hun niveau, zodat ze, als dat mogelijk was, een stapje verder kwamen. Voor sommigen was dat inderdaad een haakwerkje, voor een ander begonnen we met het leesniveau verbeteren, zodat zijn kennis niet vervaagde en hij zichzelf kon helpen door dingen in de winkel etc. te lezen.

Voor een aantal van onze deelnemers regelden we stages:
– een ochtendje helpen in het huishouden bij iemand
– een dag meehelpen op de linnenafdeling van een revalidatiecentrum
– een aantal dagen per week meehelpen bij de melkboer

Elke keer weer stemden we, samen met de deelnemers zelf en hun ouders, af op hun zone van naaste ontwikkeling. Wat hadden zij nodig om goed in hun vel te zitten en zich verder te ontwikkelen?

Het begrip “zone van de naaste ontwikkeling, daar had ik nog nooit van gehoord en dat was ook geen begrip dat we gebruikten. Dat kwam pas later, toen ik uiteindelijk de PABO ging doen. Maar het was wel degelijk wat we deden. Met heel veel liefde en aandacht voor de individuele deelnemer.
En altijd met kritische vragen van Herman als we met ideeën kwamen, zodat de uiteindelijke activiteit echt bij de deelnemer paste.

De foto’s komen uit de boeken “Ik spring van de vel” en “Zonder omweg” ,
die in de periode dat ik op het dagverblijf werkte werden uitgegeven.
De boeken tonen de oorspronkelijk kunst van verstandelijk gehandicapten.

De basis

In de ruim 5 jaar dat ik samen met hem deze groep begeleidde, heeft hij voor mij de basis gelegd voor een manier van kijken naar mensen, naar kinderen, die ik in de jaren daarna mee heb genomen, het onderwijs in.
En daar ben ik hem zo dankbaar voor!

Het maakte van mij een leerkracht die de zone van naaste ontwikkeling als uitgangspunt had (en heeft). Die altijd op zoek ging naar wat er voor dit kind nodig was om zich goed te voelen, een stapje verder te komen.
De leerkracht die zag wat een leerling nog extra nodig had om met de groep mee te kunnen komen, maar ook wat die leerling die niet liet zien wat er in zat nodig had om uit zijn schulp te komen.

Daar lag als leerkracht mijn kracht én mijn passie.

Onderwijs op maat, afgestemd op wat elke leerling nodig heeft.
Ik heb altijd geloofd dat dat mogelijk is. En ICT kan daar echt iets in betekenen. Het zorgt dat het eenvoudiger wordt om af te stemmen en bij te houden waar een leerling staat in zijn ontwikkeling.

Mijn collega en ik, we hebben altijd contact gehouden.

Altijd was hij voor mij een spiegel, iemand met wie ik kon praten over de momenten dat ik niet goed in mijn vel zat en hij de goede kritische vragen stelde, die mij weer een stukje verder hielpen. Die me inzichten gaf.

Maar ook gewoon een goede vriend, met heel veel humor.
Bij hem en zijn gezin waren we altijd welkom.

Ik ga ‘m vreselijk missen.
Maar…. ik zal ‘m nooit vergeten! Want tjonge, wat heeft hij een impact op mijn leven en werken gehad.