De Beebot en kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

/, Kleuterklas/De Beebot en kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

Op Facebook kreeg ik het verzoek om een artikel te schrijven over hoe je de Beebot kunt gebruiken bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong.

Dat vind ik een leuke opdracht!

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong

In elke kleuterklas zitten ze: kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong.

Bij kleuters spreken we formeel nog niet over hoogbegaafdheid, maar wordt de term ontwikkelingsvoorsprong gehanteerd.

We spreken van een ontwikkelingsvoorsprong als een kleuter op een of meerdere ontwikkelingsgebieden duidelijk voorloopt, vergeleken met leeftijdsgenoten. Deze kinderen bevinden zich eerder in de kleuterfase en zijn ook weer eerder kleuter-af.
We spreken over een  ontwikkelingsvoorsprong, omdat in de kleuterperiode de voorspellende waarde van intelligentieonderzoek beperkt is (Drent & van Gerven, 2004; Peters, 2007).

Dit betekent overigens niet dat deze kleuters niet hoogbegaafd zouden kunnen zijn.

Wel kun je door goede observatie en door goed te luisteren naar ouders met een redelijke mate van betrouwbaarheid vaststellen of er bij een kind sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong. In de toekomst moet dan blijken of dit een tijdelijke voorsprong in de ontwikkeling is, of dat het kind hoogbegaafd is.

Of een kleuter hoogbegaafd is, een brede ontwikkelingsvoorsprong heeft of gewoon extra uitdaging nodig, het is belangrijk om deze kleuters een goed aanbod te doen in de kleuterklas. De kans is anders groot dat ze gaan onderpresteren of het plezier in naar school gaan helemaal verliezen.

“‘Kleuter zijn’ is een ontwikkelfase, geen leeftijdsfase”

Taxonomie van Bloom

Om kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong uit te dagen kan de Taxonomie van Bloom een goede tool zijn.

Bij het ontwikkelen van een rijke leeractiviteit kun je vragen en opdrachten op tnemen die een beroep doen op ‘het hogere orde denken’.

Hogere orde vragen

Bij hogere orde vragen en opdrachten zijn voor het antwoord of de uitvoering de vaardigheden analyseren, evalueren of creëren nodig. Het zijn vragen en opdrachten die zich richten op:

  • Stimuleren van leerlingen om verder en meer kritisch na te denken
  • Stimuleren van het probleemoplossend denkvermogen
  • Ontlokken van discussie
  • Stimuleren van leerlingen om zelfstandig op zoek te gaan naar informatie

Lagere orde vragen

Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen. Dit type vragen is geschikt voor:

  • Evalueren van de voorbereiding en het begrip van leerlingen
  • Vaststellen van de sterktes en zwaktes van leerlingen
  • Herhalen en samenvatten van gegeven informatie

Het verschil tussen ‘lagere orde denken’ en ‘hogere orde denken’ is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren.
De niveaus dienen om een onderscheid te maken in de complexiteit van het kennisniveau waar een beroep op wordt gedaan.
Er wordt hiermee geen volgorde voorgeschreven waarin een bepaald niveau aan bod zou moeten komen.
Bij een rijke leeractiviteit worden in ieder geval meerdere niveaus aangesproken.

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong en de Beebot

De Beebot past natuurlijk prima bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Waar jongste kleuters vaak blijven hangen in het uitvoeren van een enkelvoudige opdracht, kunnen kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong al snel meervoudige opdrachten aan.

Uiteraard zorg je eerst dat de basiskennis van de Beebot bekend is en ben je vooral bezig met de lagere denkorde.

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen iets zelfstandiger en sneller door de verkenningsfase is mijn ervaring.
Je kunt ze aan het werk zetten met vragen als:

  • Kun jij de Beebot naar < deze plek>  op de mat sturen?
  • Hoe denk je dat je daar het best kunt komen?
  • Kun je de Beebot programmeren via de kortste weg?
  • Kun je de Beebot via <deze plek> naar <de volgende plek> op de mat sturen?

Als er iets niet goed ging:

  • Kun je uitvinden waar het mis is gegaan?
  • Kun je de Beebot zo programmeren dat ‘ie wel op de goede plek komt?

Routekaartjes

Laat de kleuters met routekaartjes werken.

De kleuters kunnen eerst de routekaartjes neerleggen, voor ze de Beebot gaan programmeren.
Deze activiteit kun je op allerlei manieren uitbreiden:

  • Het ene kind legt een route neer, het andere kind ‘voorspelt” waar de Beebot uitkomt.
  • Het ene kind programmeert de Beebot, en laat deze rijden; het andere kind legt na die tijd de route neer die de Beebot gereden heeft. Samen controleren ze of dit de goede route was.
  • De kinderen bedenken een bestemming. Ze leggen elk een route neer met behulp van de route kaartjes. Doel is om de kortste route te bedenken. Natuurlijk worden beide routes gecontroleerd: komen ze op de plaats van bestemming?
  • De kinderen leggen een route naar een bepaalde bestemming, maar missen  de kaartjes voor rechtsaf. Wie legt nu de kortste route?
Download routekaartjes

Creëren

Eén van de hogere orde vaardigheden is creëren. Ook deze vaardigheid kan bij de Beebot goed ingezet worden.

Laat de kinderen bijvoorbeeld een parcours voor de Beebot bedenken. De kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong maken vooraf een plan:

  • Ze bedenken aan welke eisen het parcours moet voldoen (bijvoorbeeld meerdere manieren om van A naar B te komen, een parkeerplek onderweg, 2 Beebots moeten langs elkaar heen kunnen, er moet een brug zijn over het water…). Deze eisen kun jij als leerkracht ook vooraf stellen!
  • Ze tekenen een plattegrond ban het parcours.
  • Ze bedenken welke materialen ze nodig hebben om het parcours te bouwen.
  • Ze maken proefopstellingen voor b.v. de brug, de plek waar de Beebots elkaar in kunnen halen.
  • Natuurlijk bouwen ze het parcours ook. Gezamenlijk wordt bekeken of het parcours voldoet aan de vooraf gestelde eisen.

Eigen mat ontwerpen

Een andere manier van creëren is om kinderen hun eigen mat te laten ontwerpen.

Vooraf gaan de kinderen bedenken hoe hun mat eruit moet zien. Welk thema heeft de mat, welke vaardigheid moet er worden geoefend? Geef de kinderen een structuur/ aantal eisen en laat ze daarbinnen hun gang gaan.

De mat kan uiteindelijk gemaakt worden op bijvoorbeeld een rol behang, of met behulp van vouwblaadjes.

Vouwblaadjes heeft als voordeel (of is het in dit geval een nadeel?) dat ze de maat hebben die nodig is (15-15 cm). De rol behang vraagt nog om het zelf uitzetten van de vierkanten van 15-15 cm. Het is dus afhankelijk van de motorische vaardigheid welk materiaal past bij deze kinderen!
Uiteraard kun je ook zelf vooraf de lijnen op het behang zetten als dit een stap te moeilijk is!

Analyseren

Een mogelijkheid die past binnen de hogere denkorde Analyseren is het werken met een plattegrond voor de Beebot.
Op de plattegrond staat het kader van de mat.
Ook hierbij werk je weer in tweetallen. Elk kind krijgt een lege plattegrond.
Op de plattegrond tekent het kind een route.  Na het tekenen wisselen de kinderen hun plattegronden en bedenken ze welke commando’s de Beebot nodig heeft om deze route te rijden. Deze commando’s tekenen ze in de vakjes onder de plattegrond.

Tip: Lamineer de plattegronden en gebruik whiteboardstiften. Zo kun je plattegronden steeds weer gebruiken.

Dit zijn een paar ideeën om de Beebot te gebruiken bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Binnenkort komt er vast een vervolg op dit artikel 😉

Heb jij ideeën hoe je de Beebot kunt gebruiken bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong? Deel ze hieronder of stuur me een mail. Inspiratie is altijd welkom!

2018-03-14T16:28:05+00:00 maart 7th, 2018|Beebot, Kleuterklas|0 Comments

Leave A Comment