Executieve functies in de (kleuter)klas

Executieve functies in de kleuterklas?

De laatste jaren horen we steeds meer over de executieve functies. Dat het belangrijk is deze al op jonge leeftijd goed te ontwikkelen. Er zijn tal van spellen op de markt om dit ook te doen. Maar wat zijn de executieve functies en hoe zorg je in de (kleuter)klas dat je die versterkt?

Wat zijn executieve functies?

Definitie: Executieve functies zijn de cognitieve processen die ten grondslag liggen aan doelgericht gedrag. Executieve functies is een paraplubegrip waar deze verschillende cognitieve processen onder vallen. De term executieve functies wordt dus gebruikt als verzamelbegrip voor de cognitieve processen die bepaald gedrag als gevolg hebben.

Bron: Executieve functie – Definitie en ontwikkeling | Mens en Gezondheid: Diversen (infonu.nl)

De executieve functies zijn tot ongeveer onze 25e levensjaar in ontwikkeling en de ontwikkeling daarvan gebeurt in fases. In totaal zijn er ongeveer 11 functies die gestimuleerd en ontwikkeld moeten worden.

Cognitieve Functies

Zoals in de definitie van de EF is te lezen, liggen de cognitieve processen onder de paraplu van de executieve functies.
Deze cognitieve functies zijn van invloed op het leren.

In een volgend blog zal ik hier meer over vertellen.
Mocht je al meer willen weten dan stuur ik je graag door naar de site Stibco .

Zet je EF bril op!

In het boek ‘Zet je EF bril op!’, speciaal voor kleuterleerkrachten, worden 3 functies als de basis voor alle andere functies genoemd.
Deze basisfuncties zijn flexibiliteit, impulscontrole en werkgeheugen.

In dit artikel licht ik deze 3 functies toe.
In een volgende blog zal ik de andere functies toelichten.

Boek aanschaffen

Ben je nieuwsgierig geworden naar het boek?
Je kunt het via onderstaande link aanschaffen.

Bestel jij iets via deze link?
Dan ontvang ik een klein percentage.
Deze opbrengst zorgt dat de Extra materialen gratis blijven!

De 3 basis functies

  • Flexibiliteit zorgt ervoor dat je je aandacht wisselend kunt verdelen en dat je gepast reageert op verschillende prikkels en instructies.
  • Impulscontrole bestaat uit 3 lagen namelijk waarneming, gedachten en gedrag. Op die 3 niveaus moeten kinderen leren hun impulsen onder controle te krijgen.
  • Werkgeheugen betekent dat je tijdelijk bepaalde informatie/prikkels vasthoudt terwijl je andere taken of handelingen uitvoert.


De 3 didactische onderdelen

Naast de 3 functies benoemt het boek ook 3 belangrijke didactische onderdelen die helpen om de functies te oefenen en te trainen.

  • De interactie tussen de leerkracht-leerlingen en tussen leerling-leerling
  • De activiteit die je uitvoert met de kinderen.
  • De organisatie zoals hoe je lokaal is ingericht, wat er in je kasten staat.

Maar hoe zorg je nu in de klas dat je deze functies oefent en traint?
Met het thema Logeren zal ik het verder uitleggen.

Interactie tijdens het thema logeren

Interactie vind ik één van de belangrijkste functies, omdat hier heel veel in zit om te werken aan de executieve functies.
Interactie tussen leerkracht-leerling maar ook leerlingen onder elkaar.

Inpakken

Tijdens het thema logeren heb je het over wat je in moet pakken om te gaan logeren.
Een inpaklijst met de woorden is ook een mooi product om samen te maken.

Daar kun je een spelletje van maken door steeds iets weg te halen onder het kleed en te laten raden wat het is. Doordat ze moeten onthouden wat ze moeten inpakken of wat er weg is oefen je het werkgeheugen.

Executieve functies in de (kleuter)klas

De leerkrachten spelen het spel voor.

Gesprek over logeren

Met leerlingen ga je in gesprek over bij wie ze wel eens hebben gelogeerd en ‘speel je dom’ als ze je uitleggen dat ze op een luchtbed hebben geslapen, want wat is dat nou, een luchtbed?
Hierdoor worden ze gedwongen om de juiste woorden te vinden om hun verhaal te vertellen.
Je doet een beroep op hun werkgeheugen door de interactie die je met ze hebt.

Executieve functies in de (kleuter)klas

Zelf schrijven wat je in moeten pakken als je gaat logeren.

Spelscript

Om het spel in de huishoek goed te laten verlopen maak je een spelscript waarop te zien is wat de stappen zijn als er iemand komt logeren.
Bed klaarzetten, afspraak maken en je gast welkom heten zijn een aantal van de stappen.

Al deze onderdelen oefen je ook in de grote en kleine kring om de juiste taal en het gedrag te oefenen.
Tijdens deze oefeningen/spelsituaties moeten de kleuters hun impulsiviteit onder controle houden want er zijn vaste stappen.
Ze kunnen niet zomaar aan de telefoon beginnen over hun hond.

Doordat je structuur biedt binnen het spel kunnen de kinderen groeien in hun spelontwikkeling en tot het rollenspel komen dat past hun ontwikkeling.

Executieve functies in de (kleuter)klas

Meespelen als leerkracht helpt het spel vooruit.

Activiteiten

Binnen het thema logeren kun je ervoor zorgen dat er een inpakhoek is waar de koffer ingepakt kan worden en een telefoon ligt om te bellen met de huishoek.

Door verschillende hoeken in je lokaal te creëren waar gespeeld kan worden, zorg je voor diversiteit in activiteiten.

Een plek voor de sensorische activiteiten is ook erg belangrijk.
Laat de kinderen hun zintuigen gebruiken met een rijstbak, scheerschuim of voelzakjes.
Dit bevordert de ontwikkeling van de impulscontrole.

Flexibiliteit

In de klas gebeuren er constant onverwachte dingen.

Je moet opeens stoppen met spelen en werken omdat de luizencontrole langskomt of een nieuwe leerling vindt het nog best spannend en huilt wat langer door dan je had gedacht waardoor je niet de knutselgroep kunt helpen.

Allemaal situaties waarbij er flexibiliteit wordt verwacht van iedereen.
Door de situatie te benoemen dat je nu even niet kunt helpen of dat ze even moeten stoppen met spelen maar straks weer verder kunnen, train je de flexibiliteit.

Het gaat anders dan gedacht en dat is geen ramp.
Mijn mantra is altijd ‘Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat’.

Organisatie

In je organisatie is het belangrijk dat je rust in je klas hebt.
Daarmee bedoel ik dat je alleen materialen aan de muur hebt hangen die bij het thema horen, dus een lege muur aan het begin van je thema.

In de spelletjeskasten maar 1 laag spelletjes en niet meerdere op elkaar gestapeld.
Leg alleen de materialen in de kasten die van toepassing zijn op je doelen van die periode en haal de rest weg.

Zorg dat je klas opgeruimd is.
Dat zorgt voor structuur, rust en je doet dan een minder groot beroep op het waarnemingsdeel van de impulscontrole.

In het boek wordt ook gesproken van een warme-hechte leerkracht-leerling-relatie en een goed groepsklimaat.
Wees je daar bewust van en investeer in de relatie.
Dat is al de meer de helft van het leren.
Eerst veiligheid en geborgenheid en dan pas leren.

En nu?

Nu zul je denken, maar dat doe ik toch allemaal al?
Nou dat is mooi!

Je doet onbewust dus al veel aan de executieve functies zonder extra inzet of materiaal.
Door bij de themavoorbereiding even extra stil te staan hoe het in je thema naar voren komt ben je al goed op weg.
Ga dus niet veel extra spellen aanschaffen.
Een keer een gekocht spelletje is goed, alleen we weten allemaal dat kleuters leren door te spelen met andere kinderen en dat wij als meerwetende partner hen puur de juiste vragen moeten stellen om ze het stapje verder te zetten.
Executieve functies zijn niet vaag maar al bekend.

Voor het schrijven van deze blog heb ik gespard met mijn goede vriendin Jasmijn van Ipkens.
Bedankt dat je met me meedenkt en dat we zo fijn op 1 lijn zitten!