“In een kleuterklas aan de slag met Informatievaardigheden?
Dat kan toch helemaal niet; ze kunnen nog niet eens lezen!”

Dat is vaak de eerste gedachte van leerkrachten als je het hebt over Informatievaardigheden.

Ik ben er van overtuigd dat dit zeker wel kan en dat je in de kleuterklas al een goede basis kunt leggen.
In dit artikel laat ik je zien hoe ik dat deed en geef ik je tips om zelf aan de slag te gaan.

Wat zijn informatievaardigheden?

Informatievaardigheden maken, samen met ICT-basisvaardigheden, Mediawijsheid en Computational thinking, deel uit van digitale geletterdheid.
Vanuit de SLO is er een mooi figuur voor digitale geletterdheid en een leerlijn.

Curriculum.nu is bezig met het ontwerpen van een nieuw curriculum, ook op het gebied van Digitale geletterdheid. Op dit moment kan er nog feedback gegeven worden op het conceptvoorstel, dat in oktober naar de 2e kamer zal gaan.

Bouwsteen 1.1

In het conceptvoorstel Digitale geletterdheid van Curriculum.nu, krijgt Informatievaardigheden onder andere een plek in bouwsteen 1.1: “Van data naar informatie”.

Voor het primair onderwijs is dit de omschrijving:

Om het antwoord op een vraag te vinden, kan je gebruik maken van digitale informatie.
Hoe stel je een vraag op zo’n manier dat de computer die begrijpt? En is het antwoord dan te vertrouwen?

Voor fase 1 Onderbouw PO (groep 1 t/m 4) houdt dat in:

Inleiding:

Spelenderwijs verkennen leerlingen de (digitale) wereld om hen heen en leren zij hoe zij hun nieuwsgierigheid om kunnen zetten in een zoektocht naar informatie die hen helpt om wereldwijzer te worden.

Kennis en vaardigheden:

Leerlingen leren:

  • te verwoorden wat zij willen weten.
  • bruikbare vragen te bedenken om hun kennis te verrijken.
  • in een veilige omgeving om te gaan met (digitale) bronnen en verschillende mediaboodschappen en hun bedoeling (reclame herkennen, informeren, amuseren en tot handelen aansporen).
  • (digitale) bronnen en mediaboodschappen gebruiken en deze in te zetten  om de antwoorden op hun vragen te vinden bv1.2.
  • de gevonden informatie verwerken tot antwoorden op hun vragen.
  • het resultaat van het zoekproces presenteren bv2.1.
  • terug te blikken op het zoekproces en te vertellen wat daardoor geleerd is bv3.1.

Hoe pak je dat aan in de klas?

Ja, kleuters kunnen, over het algemeen, nog niet lezen.
Toch kun je al goed met informatievaardigheden aan de slag.

Ik ga je vertellen hoe ik dat vaak deed in mijn kleuterklas.

Voorkennis activeren

Bij het begin van een nieuw thema, dat ik regelmatig samen met de kinderen koos, begon ik altijd met voorkennis activeren.
Voor deed ik dat door het maken van een woordweb/ of een mindmap.

Samen woorden benoemen die met het thema te maken hebben. Deze woorden of soms zinnen, schreven we dan op.
Meestal gebruikte ik hier het digibord voor, zodat de kinderen mee konden kijken en je meteen bezig bent met beginnende geletterdheid.

Maar soms deden we dit ook gewoon op een groot vel papier of op losse kaartjes die we op het prikbord prikten.

Vragen bedenken

Nadat we de voorkennis geactiveerd hadden, bedachten we vragen over het thema.
In kleine groepjes of soms in de grote kring, bedachten de kinderen wat ze graag wilden weten over het thema.

Natuurlijk komt tijdens het bedenken van de vragen ook aan de orde, of het relevante vragen zijn en of we het antwoord ook echt zouden kunnen vinden.

Deze vragen schreven we op. Ook nu weer op het digibord, of op losse kaartjes voor op het prikbord.
Door dit te doen op losse kaartjes, die zichtbaar opgehangen worden in de klas, zorg je dat de vragen steeds zichtbaar blijven. En dat zorgt dat kinderen (en jijzelf) steeds weer herinnert worden aan de vragen.

Wat leren de kinderen:

  • te verwoorden wat zij willen weten.
  • bruikbare vragen te bedenken om hun kennis te verrijken.

Op zoek naar antwoorden op de vragen

Dan komt het lastige stuk: op zoek naar de antwoorden op de vragen die gesteld zijn.
Hiervoor ging ik altijd in gesprek met de kinderen.

  • Hoe zouden we het antwoord kunnen vinden?
  • Hebben we al een idee wat het antwoord ongeveer zou kunnen zijn?

Zoeken in een veilige omgeving

De kinderen gaan op zoek naar de antwoorden op de vragen die ze gesteld hebben.
Ik zorgde altijd dat dat op verschillende manieren kon:

  • Met informatie- en prentenboeken in de boekenhoek:

Kinderen keken dan in zo’n boek en als ze dachten dat daar het antwoord op een vraag in zou staan (op basis van plaatjes die ze zagen), las ik een stuk voor bij de afbeeldingen.
Niet de ideale manier, want jij als leerkracht bent hierbij altijd nodig. Maar voor sommige kinderen een prima manier, zeker als ze al een beetje kunnen lezen.

  • Via een Yurlspagina, waarop ik informatie rond het thema had gezet.

Yurls is een pagina, waarop jij als leerkracht informatie rond 1 onderwerp kunt verzamelen. Zo staat alles bij elkaar, hoeven de leerlingen niets in te typen en komen ze rechtstreeks bij door jou geselecteerde informatie.
Ik maakte hierbij vaak gebruik van video’s, zodat kinderen niet hoeven te lezen.

Uiteraard moet je leerlingen leren hoe ze op de Yurlspagina komen. Je kunt dat makkelijker maken door een icoontje op het bureaublad te (laten) maken, of door het de startpagina van je browser te maken.

Yurlspagina de Ruimte.
Klik op de afbeelding om naar de Yurlspagina te gaan.

Laat kinderen met een gerichte opdracht op de Yurlspagina werken, als ze op zoek gaan naar een antwoord op een vraag.
Bepaal vooraf samen naar welke vraag ze gaan zoeken en praat over waar ze denken dat ze het antwoord zullen kunnen vinden.

Laat op het digibord zien hoe de Yurlspagina werkt.
Vaak liet ik kinderen, die op zoek gingen naar een antwoord op een vooraf bedachte vraag, op het digibord werken.
Voordeel is dan dat je als leerkracht eenvoudig in de gaten kunt houden wat ze aan het doen zijn. Voor kinderen is het klikken met pen of vinger op het digibord vaak eenvoudiger, dan een muis moeten besturen.
Nadeel is natuurlijk dat het kijken van video op het digibord andere kinderen afleidt. Dit moet je tegen elkaar afwegen!

  • Samen met ouders via b.v. Padlet

Soms heb je een thema waarbij het erg leuk is als kinderen samen met ouders op zoek gaan naar antwoorden. Gewoon in de praktijk.
In mijn klas hadden we bijvoorbeeld een keer het thema Dieren.
De kinderen hadden allerlei vragen bedacht over verschillende dieren. Vragen die bijvoorbeeld heel goed in een dierentuin beantwoord konden worden.

In mijn klas waren er aardig wat kinderen die regelmatig naar de dierentuin gingen.
Dus samen met de kinderen hebben we de vragen in een Padlet gezet.

Kinderen gingen inderdaad samen met ouders op zoek naar antwoorden op hun vragen. Met behulp van foto’s en soms videootjes werden de antwoorden gedeeld op de Padlet.

Meer weten over Padlets? Lees dit artikel: Padlet gebruiken in de klas.

Wat leren de kinderen?

  • in een veilige omgeving om te gaan met (digitale) bronnen en verschillende mediaboodschappen en hun bedoeling (reclame herkennen, informeren, amuseren en tot handelen aansporen).
  • (digitale) bronnen en mediaboodschappen gebruiken en deze in te zetten  om de antwoorden op hun vragen te vinden bv1.2.
  • de gevonden informatie verwerken tot antwoorden op hun vragen.

Presenteren van de gevonden informatie

Natuurlijk moet de gevonden informatie ook nog “gepresenteerd” worden.
Dat kan op allerlei manieren:

  • samen naar de video kijken waarin het antwoord is gevonden
  • het antwoord op de vraag laten vertellen door de kinderen
  • een tekening maken over het gevonden antwoord
  • een filmpje maken met het gevonden antwoord
  • een spreekbeurtje met materialen over het gevonden antwoord

Zoek naar een manier die past bij de vraag/ het antwoord en de kinderen die gaan presenteren.
Voor het ene kind is het eenvoudig om voor een groep te vertellen wat ze gevonden hebben, voor het andere kind is dit echt geen optie. Dan kan b.v. een tekening een prima oplossing zijn.

Uiteindelijk komt het gevonden antwoord natuurlijk ook op het prikbord te hangen, bij de vraag.

Na of tijdens het presenteren komt ook het zoekproces aan de orde.
Daar kun jij als leerkracht vragen over stellen, maar op een bepaald moment gaan leerlingen dit uit zichzelf doen.

Wat leren de kinderen:

– het resultaat van het zoekproces presenteren bv2.1.
– terug te blikken op het zoekproces en te vertellen wat daardoor geleerd is bv3.1.

Wat denk jij?

Wat denk jij? Kun je met jouw kleuters aan de slag met Informatievaardigheden?
Heb je iets aan de tips en voorbeelden uit mijn artikel?
Of denk je: “Dat kan echt niet met mijn klas!”.

Vertel je me hieronder hoe jij dit ziet?
Misschien heb je zelf mooie voorbeelden? Deel ze met ons!