Van 8 t/m 15 november is het de Week van de Mediawijsheid.
Een week waarin vooral in bovenbouwgroepen gewerkt wordt rondom Mediawijsheid. Daar zijn verschillende ideeën voor te vinden.

Maar kun je met jonge kind ook aandacht besteden aan de Week van de Mediawijsheid? En hoe doe je dat dan?
Op deze vraag geef ik je vandaag antwoord.

Wat is Mediawijsheid?

Mediawijsheid is de verzameling competenties die je nodig hebt om actief, kritisch én bewust te kunnen deelnemen aan de mediasamenleving.

Een belangrijke vaardigheid die we onze kinderen zeker moeten leren in deze wereld waar digitale apparatuur niet meer valt weg te denken.
Maar om kinderen mediawijs te maken, is het natuurlijk belangrijk dat je zelf ook mediawijs bent.
Om te weten of jij zelf mediawijs bent is het competentiemodel Mediawijsheid een goed uitgangspunt.

Het competentiemodel bestaat uit 4 hoofdgroepen;

  • Begrip
  • Gebruik
  • Communicatie
  • Strategie

Daarbinnen worden 10 competenties beschreven, elk opgedeeld in 5 niveaus. Een leerkracht zou bij alle competenties op niveau 4 moeten zitten.

Competentiemodel Mediawijsheid

En…. hoe mediawijs ben jij? 
Scoor jij op alle competenties op niveau 4?

Begrip 1: Bewust zijn van de medialisering van de samenleving

Ga jij met je klas wel eens in gesprek over wat zij doen met media?
Ook jonge kinderen maken gebruik van verschillende media.
Vrijwel de gehele dag zijn wijzelf en kinderen verbonden met computers, tablets, smartphones, televisies, radio’s, kranten, game consoles en mp3-spelers.

Ga eens met de kinderen in gesprek hierover:

  • Welke media zijn er? Noem vooraf een paar voorbeelden en kijk samen of je meer voorbeelden kunt verzamelen.
  • Welke media gebruik jij?
  • Op welke momenten gebruik je die media?
  • Wat doe je met die media? Wat doen je broers/ zussen/ ouders met media?
  • Mag je onbeperkt kijken/ werken/ spelen met die media? Wat mag wel en wat mag niet?
  • Wat zou je het liefst doen met media?
  • Welke afspraken hebben jullie thuis?
  • Welke afspraken hebben we op school?

Door met elkaar te praten over media en welke plaats dit inneemt in het leven van de kinderen, ontstaat er bewustzijn. En dit geeft vast ook aanknopingspunten voor vervolggesprekken en -activiteiten.

Voor de week van de mediawijsheid maakte ik een set denksleutels.
Met denksleutels stimuleer je het creatief denken.

Je vindt de denksleutels bij de Extra materialen Denksleutels.

Naar de Extra materialen

Begrip 2: Begrijpen hoe media gemaakt worden

Om te begrijpen hoe media gemaakt worden, kun je natuurlijk het beste zelf aan de slag gaan om media te maken.
Dat kan op heel veel verschillende manieren.
Denk bijvoorbeeld aan het maken van een stop-motion filmpje of een green screen filmpje. Maar ook een poster maken past goed bij dit onderwerp.

De eerste keer als je dit aanbied, geef je een eenvoudige opdracht en laat je kinderen voor experimenteren. Ze weten dan hoe de app/ tool werkt en snappen hoe je een filmpje kunt maken.
Daarna kun je opdrachten gaan geven, waarmee je ingaat op verschillende media:

  • Maak eens een journaal
  • Verzin een verhaal over …  en maak er een filmpje van met stop-motion
  • Maak een reclame voor de koekjes die we verkopen tijdens de kerstmarkt

Elke opdracht heeft een ander doel. Door hier met kinderen over te praten en ze te laten ervaren wat de verschillen zijn, worden ze zich steeds beter bewust hoe media gemaakt worden.
Denk vooral vooraf na over het doel van hetgeen ze gaan maken en welke consequenties dit heeft voor het product.

Begrip 3: Zien hoe media de werkelijkheid kleuren

Doorbordurend op de vorige vaardigheid, kun je vanuit de opdrachten die bij begrip 2 zijn gemaakt, duidelijk maken dat media de werkelijkheid kleuren.
Als kinderen gewerkt hebben met een green screen, dan hebben ze ervaren dat ze op elke locatie kunnen zijn in hun filmpje, zonder daar echt geweest te zijn.

Elke boodschap vraagt om een eigen benadering.
Praat vooral ook met kinderen over de verschillende soorten media die zij zien. Hoe weet je dat je naar bijvoorbeeld schooltv kijkt? Hoe kun je zien of iets een reclame is?

Gebruik 1: Apparaten, software en toepassingen gebruiken

Leer jonge kinderen om te werken met een computer en een tablet. Het swipen op een tablet beheersen ze al snel, maar kunnen ze ook de muis van de vaste computer of laptop bedienen?
Je kunt het ze redelijk eenvoudig leren.

Soms is het al genoeg om de eerste keer jouw hand over de hand van het kind te leggen en samen de muis te bedienen.
Als kinderen het ervaren hebben én graag iets willen doen op de computer, dan leren ze heel snel!

Tip: Maak gebruik van een kindermuis!

Deze muis is kleiner en daardoor geschikt voor kinderhanden.
Door de 2 kleuren knoppen kun je het gebruik van de linker- (en in een later stadium) de rechtermuisknop uitleggen.

Gebruik 2: Oriënteren binnen media-omgevingen

Met jonge kinderen is het goed om binnen gesloten omgevingen te werken en ze daar te laten experimenteren.
Bij een thema kun je een verzamelpagina maken met daarop bijvoorbeeld video’s over het thema waar je over werkt.

Dit kun je doen met Yurls of met Symbaloo.

Kinderen kunnen zo bijvoorbeeld zelf op zoek naar informatie, binnen de content die jij voor ze hebt klaargezet.

Wil je weten hoe je een Yurls-pagina maakt? Klik op de afbeelding of knop hieronder.

Een yurlspagina maken

Later deze week komt het 2e deel van dit artikel online.
Daarin geef ik je ideeën voor de competenties Communiceren en Strategie.