Rekenen met de Beebot als Paashaas

Het is bijna Pasen!
Heb je ook zo’n zin om de Beebot weer in te zetten? Koop dan snel een zak paaseitjes, dan gaan we aan de slag!
Deze activiteit is het meest geschikt om in een klein groepje uit te voeren.

Wat heb je nodig?

  • 1 (of meer) Beebots
  • Richtingskaartjes- voor elke tweetal een set
  • Een zak paaseitjes
  • 1 of 2 dobbelstenen
  • Optioneel: een Paashaas jacket voor de Beebot

Je kunt de bestanden voor de richtingskaartjes en de paashaas jacket downloaden bij de Extra materialen Beebot.
Via de knop hieronder kom je rechtstreeks bij de materialen. Vergeet niet om in te loggen.

Ben je nog geen lid van de Extra materialen?
Wordt dan gratis lid via de pagina Downloads.

Naar de Extra materialen
Rekenen met de Beebot als Paashaas

Tijdens deze les werk je aan de volgende doelen:

Computational thinking:

  • Op volgorde zetten van instructies of regels (als basis van een sequentieel algoritme)
  • Opvolgen van logische reeksen van instructies (zowel sequentieel als herhalend)
  • Geven van een reeks instructies aan een ander (mondeling of via symbolen) voor het uitvoeren van een bepaalde taak

Rekenen:

  • De leerlingen leren structuur en samenhang van aantallen, gehele getallen, kommagetallen, breuken, procenten en verhoudingen op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen (kerndoel 26)
  • De leerlingen leren de basisbewerkingen met gehele getallen in elk geval tot 100 snel uit het hoofd uitvoeren, waarbij optellen en aftrekken tot 20 en de tafels van buiten gekend zijn- basisbewerkingen optellen en aftrekken (kerndoel 27)
  • De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen (kerndoel 32)
Rekenen met de Beebot als Paashaas

Introductie

Leg groepjes paaseitjes op verschillende plekken in de kring. Maak groepjes van 1 tot 6 (bij 1 dobbelsteen) of 1 tot 12 (bij 2 dobbelstenen).
Bekijk met het groepje de paaseitjes en laat elk groepje eitjes tellen.
Besteed hierbij aandacht aan het synchroon en resultatief tellen.
Ook het schattend tellen kan aan de orde komen.

Als duidelijk is welk aantal eitjes er ligt bij elk groepje, komen de dobbelstenen en de Beebot op tafel.

Kern

Laat 1 van de kinderen met de dobbelstenen gooien. Afhankelijk van het niveau van het groepje wordt er met 1 of 2 dobbelstenen gegooid.
Het kind dat de dobbelsteen gegooid heeft, telt hoeveel stippen er gegooid zijn.
Bij het gooien met dobbelstenen kun je aandacht besteden aan het verkort tellen.

De Beebot (eventueel verkleed als paashaas, zie jasje als bijlage), wil nu naar het goede groepje paaseitjes toe.
Vraag elk tweetal om met de richtingskaartjes een route te ontwerpen voor de Beebot.
heeft iedereen een route ontworpen? Laat deze dan invoeren op de Beebot(s).
Welk groepje rijdt in één keer naar het goede groepje paaseitjes toe?

Praat tijdens en na het programmeren over de stappen die de kinderen nemen:

  • hoeveel stappen ga je naar voren,
  • is dit de kortste weg,
  • welke kant moet de Beebot opdraaien

Herhaal deze activiteit een aantal keren totdat elk tweetal met de dobbelsteen gegooid heeft en de Beebot goed kan programmeren.

Je kunt de opdracht variëren:

  • Met 1 dobbelsteen gooien
  • Met 2 dobbelstenen gooien
  • Programmeer de Beebot naar het groepje met 1 paasei minder
  • Programmeer de Beebot naar het groepje met 1 paasei meer
  • Programmeer de Beebot langs de 2 groepjes die samen het getal van de dobbelstenen maken en langs het groepje dat het totaal heeft. Gebruik hierbij de pauzeknop.

Afsluiting

Laat de kinderen tot slot de Beebot zo programmeren dat deze een route rijdt langs de paaseitjes van 1 t/m 12 (of 6, of 20).

Als je dat leuk vindt kun je de kinderen deze activiteit later zelfstandig uit laten voeren tijdens de speelwerktijd.

Rekenen met de Beebot als Paashaas