Ken je dat?
Het begin van het schooljaar en een groot deel van de kinderen kent elkaar namen niet.
Herkenbaar toch? In een kleutergroep, omdat er veel instromers zijn én er een aantal kinderen altijd moeite heeft met het onthouden van namen; in groep 3, omdat verschillende groepen 2 samengevoegd zijn tot 1 nieuwe groep.

Natuurlijk doe je daar op allerlei manieren wat mee. Je doet kennismakingsspelletjes, benoemt zelf de namen steeds weer en misschien doe je nog andere dingen.

Maar wist je dat je met de Beebot de namen ook prima kunt oefenen?

Foto’s maken

We starten met het maken van portret foto’s van alle kinderen. Dat kun je als leerkracht doen (misschien gebruik je de foto’s ook wel voor de verjaardagskalender?), maar het is ook erg leuk om dit door kinderen zelf te laten doen. Zeker als je tablets in de klas hebt, is dat heel eenvoudig.

Als je de kinderen zelf foto’s laat maken, ben je natuurlijk meteen met ICT-basisvaardigheden en Mediawijsheid bezig.
Je werkt dan aan bouwsteen 2.2 Privacy, bouwsteen 3.1 Interacteren met digitale technologie, bouwsteen 3.2 Aansturen van digitale technologie, bouwsteen 4.2 Communiceren met behulp van digitale technologie en 7.1 Toepassen en ontwerpen.

Maak met de kinderen vooraf afspraken over het maken van de foto’s. Bespreek bijvoorbeeld hoe een kind in beeld gebracht moet worden. Praat ook over het sociale stukje: hoe staat iemand op een foto en wat doe je als een foto minder goed gelukt is. Leer de kinderen meteen dat je eerst toestemming vraagt om iemand op de foto te zetten. Zonder toestemming mag je geen foto maken!

Foto’s verwerken

Nu moeten alle foto’s nog omgezet worden naar Beebotkaarten.
Dat betekent dat ze 14.5 x 14.5 cm moeten worden.

Daarvoor kun je gebruik maken van mijn format dat je vindt bij de Extra materialen Beebot.
Een andere optie is om gebruik te maken van Canva. Kies daar voor Aangepaste afmetingen en stel je kaart in op 14.5x 14.5 cm. Upload je gemaakte foto’s bij Uploads. Kopieer de kaart die je gemaakt hebt, zoveel keer als je leerlingen in de klas hebt (en maak ook een kaart van jezelf!) en voeg per kaart een foto in. Dat kun je door door ‘m te slepen. Laat de foto de hele kaart beslaan.
Je kunt ook 1x klikken op een foto, maar dan krijg je een kleiner formaat. Die kun je door de hoekjes te verslepen wel weer vergroten tot het ideale formaat.

Pas je kaarten verder aan zoals je dat wil. Je kunt er een naam van een kind inzetten bijvoorbeeld.

Print je foto’s

Nu kun je de gemaakte kaarten downloaden. Dat doe je door op het downloadpijltje te klikken. Je kunt nu kiezen voor verschillende formaten: PDF (dan krijg je 1 kaart per pagina, maar je kunt het document wel in 1x afdrukken), PNG of JPG (beide opties zijn prima). Als je voor PNG of JPG kiest worden alle kaarten als een ZIP bestand gedownload. Je slaat het bestand op, pakt het uit en kunt de kaarten dan printen. Let op dat je ze print op originele maat. Eventueel kun je ze nu alsnog in mijn sjabloon zetten als je dat handiger vindt.

Spelen met de Beebot

Stop de kaarten in je insteekmat en er kan gespeeld worden!
Leuk om eerst eens in de kring te doen.

Je kunt allerlei verschillende opdrachten geven:

  • Kun je de Beebot laten rijden naar <naam leerling>?
  • Programmeer de Beebot naar het kind dat naast je zit. Hoe heet hij/ zij?
  • De Beebot wordt naar een kind geprogrammeerd (willekeurig). Dit kind zegt zijn/ haar naam en vertelt kort iets over zichzelf.
  • Programmeer de Beebot naar je beste vriend.
  • Kies iemand waarvan je de naam nog niet weet en programmeer de Beebot naar die kaart. Vraag aan dit kind hoe hij/ zij heet.
  • Laat de Beebot langs alle kinderen met <blauwe ogen> rijden. Vervang <> door blonde haren, met een bril, die een tand missen, ….. Noem steeds de namen van de kinderen waar je langs rijdt. Gebruik de pauzeknop om even stil te staan bij de kinderen die je gekozen hebt.

Kun jij nog meer opdrachten bedenken?

Heb je geen Beebot?

Ook dan kun je deze activiteit doen!
Print de fotot’s iets groter, lamineer ze en leg ze op de grond. Een kind is nu de robot en moet geprogrammeerd worden om via een bepaalde route naar een kaart te lopen.
Je kunt hiervoor “actiekaartjes” gebruiken om de route vooraf te plannen en zo toch met Computational thinking bezig te zijn. Je vindt de actiekaartjes via de Extra materialen Beebot.

Ook een kleinere versie voor bijvoorbeeld op tafel is een optie. Gebruik dan bijvoorbeeld een lego- of playmobil poppetje als robot.