Themapagina : Raad eens hoeveel ik van je hou

/Themapagina : Raad eens hoeveel ik van je hou
Themapagina : Raad eens hoeveel ik van je hou2018-04-12T18:52:45+00:00

Themapagina: Raad eens hoeveel ik van je hou

GEEF EEN PRENTENBOEK CADEAU!

Het initiatief ‘Geef een (prenten)boek cadeau’ heeft als missie alle kinderen in Nederland en Vlaanderen te laten opgroeien tussen de allermooiste kinderboeken. Als er thuis mooie boeken zijn, ontdekken kinderen en ouders hoe leuk lezen en voorlezen is; hoe heerlijk het is om je te verliezen in een prachtig verhaal, in een onbekende wereld. Geletterdheid is bovendien een voorwaarde voor succes op school en later in de samenleving. Om die missie te laten slagen wordt ieder jaar in februari een klassiek jeugdboek, en in april een prachtig prentenboek ter beschikking gesteld voor maar 2 euro!

Het prentenboek van 2018 is Raad eens hoeveel ik van je hou van Sam McBratney en Anita Jeram.


21e eeuwse vaardigheden.

De informatie op de themapagina is gericht op  de 21e eeuwse vaardigheden. Op deze themapagina krijg je suggesties hoe je de 21e eeuwse vaardigheden in de klas praktisch in kunt zetten rondom het boek "Raad eens hoeveel ik van je hou". Deze pagina is gemaakt in samenwerking met de site Heel Utrecht gaat voor lezen.
Heb je zelf aanvullingen op het thema, laat het weten via het contactformulier!

Wil je meer informatie over de 21e eeuwse vaardigheden? Kijk dan eens naar de artikelen "21e eeuwse vaardigheden... en dan?".
Klik op een vaardigheid en spring meteen naar dat onderdeel op deze pagina.

Digitale geletterdheid

Het effectief, efficiënt en verantwoord gebruiken van ICT.  Hieronder vallen de vaardigheden Computational thinking, ICT basisvaardigheden, Informatievaardigheden en Mediawijsheid.

Computational thinking

• denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT-technieken en gereedschappen.

ICT basisvaardigheden

• het kennen van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken (‘knoppenkennis’);
•  het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware;
•  het kunnen omgaan met standaard kantoortoepassingen (tekstverwerkers, spreadsheetprogramma’s en presentatiesoftware)
•  het kunnen omgaan met softwareprogramma’s op mobiele apparaten;
•  het kunnen werken met internet (browsers, e-mail);
•  op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten;

Digitaal prentenboek

Nadat je het boek een paar keer hebt voorgelezen, vinden sommige kinderen het heerlijk om het verhaal nog een keer te zien via een video.

Deze video van "Raad eens hoeveel ik van je hou" staat op YouTube en is ingesproken door Marianne Pauwaert met videobewerking door Pradip Smagge.


Zappelin

Op Zappelin (NTR) kun je ook kijken naar Hazeltje en Grote Haas. De afleveringen gaan niet over het boek, maar zijn een leuke aanvulling.

Informatievaardigheden

Het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie.


• definiëren van het probleem;

• zoeken naar bronnen en informatie;

• selecteren van bronnen en informatie;

• verwerken van informatie; 

• presenteren van informatie

Mediawijsheid

Kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media.

• begrip: inzicht hebben in de medialisering van de samenleving, begrijpen hoe media gemaakt worden, zien hoe media de werkelijkheid kleuren;

• gebruik: apparaten, software en toepassingen gebruiken, oriënteren binnen mediaomgevingen;

• communicatie: informatie vinden en verwerken, content creëren, participeren in sociale netwerken; 

• strategie: reflecteren op het eigen mediagebruik, doelen realiseren met media.

Communiceren

Het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.


• doelgericht kunnen uitwisselen van informatie met anderen (spreken, luisteren, de kern van een boodschap herkennen, effectief verwoorden, duidelijk zijn, ruis voorkomen);

• kunnen omgaan met verschillende communicatieve situaties (gesprekken, presentaties, debatten, etc.) en het kennen van de gesprekstechnieken, -regels en sociale conventies bij elke situatie;

• kunnen omgaan met verschillende communicatiemiddelen

Interactief voorlezen

Interactief voorlezen wil zeggen dat het voorlezen van het (prenten)boek wordt onderbroken door open vragen en gesprekjes.
Hoe ga je te werk?

Hazeltje met Raad eens in Utrecht

Foto van Tessa van Velzen ~Sardes

  • Lees het boek eerst zelf een keer door, zodat je weet wat je kunt verwachten. 
  • Maak je kind vooraf nieuwsgierig naar het boek: Wat zie je op de voorkant? Waar zou het over gaan?
  • Speel met je stem en gebruik gebaren die de tekst ondersteunen (maar overdrijf niet).
  • Laat je kind tussendoor reageren op het verhaal en stel vragen. Praat samen over het verhaal en de plaatjes. 
  • Laat je kind op spannende momenten voorspellen hoe het verhaal verder zou kunnen gaan.  
  • Moeilijke en nieuwe woorden kun je uitleggen tijdens het voorlezen. Praat samen na over het verhaal en blader nog eens terug.
  • Lees het boek op een ander moment nog eens voor. Uw kind leert steeds weer wat nieuws.

Pictogrammen om te gebruiken bij het interactief voorlezen:

Met behulp van pictogrammen kun je samen met de kinderen een verhaal/boek bespreken. Door het verhaal op deze manier te bespreken zet je kinderen aan het denken over de structuur van het verhaal.

 

wie - Over wie gaat het? (Wie is de hoofdpersoon?)

wat - Wat gebeurt er?

waar - Waar is … (de hoofdpersoon)? (Waar speelt het verhaal zich af?)

Creatief denken

Het bedenken van nieuwe Ideeën en deze kunnen uitwerken en analyseren.


• een onderzoekende en ondernemende houding;

• het kunnen denken buiten de gebaande paden en nieuwe samenhangen kunnen zien;

• het kennen van creatieve technieken (brainstorming en dergelijke); 

• het durven nemen van risico’s en fouten kunnen zien als leermogelijkheden.

Taxonomie van Bloom

Naar aanleiding van het boek kun je met de kinderen in gesprek. Door dit te doen aan de hand van de Taxonomie van Bloom daag je kinderen uit om kritisch en creatief te denken.

Uitgeverij Picto heeft een mooie kaart uitgegeven met daarop voorbeeldvragen gebaseerd op de Taxonomie van Bloom.


Kees Broekhof van Sardes schreef een artikel over hoe je taal en denken kunt stimuleren bij het boek Raad eens hoeveel ik van je hou. Hij geeft diverse tips die je meteen met de kinderen toe kunt passen. Ook tips gebaseerd op de Taxonomie van Bloom!

Probleemoplosvaardigheden

Het (h)erkennen van een probleem en om het kunnen komen tot een plan om het probleem op te lossen.


• problemen kunnen signaleren, analyseren en definiëren;

• kennen van strategieën om met onbekende problemen om te gaan;

• oplossingsstrategieën kunnen genereren, analyseren en selecteren;

• het creëren van patronen en modellen;

• het kunnen nemen van beargumenteerde beslissingen.

Meetactiviteit

Hazeltje en Grote Haas zoeken naar een manier om elkaar te laten zien hoeveel ze van elkaar houden.

Daarbij proberen ze elkaar te overtreffen en een steeds grotere afstand aan te geven.

In de klas kun je ook allerlei meetactiviteiten doen met deze statements:

  • "Zoveel!"zei Hazeltje, en hij strekte zijn armen zo wijd als hij kon.
    Als jij je armen strekt, is de afstand dan bij iedereen even wijd?
  • "Ik hou zo hoog van jou", zei Hazeltje.
    Wie in de klas is het langst? Maakt het uit of je je armen uitstrekt boven je hoofd?
  • "Ik hou van jou zo hoog als ik kan springen", lachte Hazeltje.
    Wie kan het hoogst springen? En hoe kun je dat goed meten?

Natuurlijk kun je ook allerlei andere meetactiviteiten toevoegen! Je kunt bijvoorbeeld een meetkist introduceren waarmee kinderen in kleine groepjes aan het werk kunnen. Laat ze allerlei voorwerpen meten met b.v. hun handen, een stukje touw, een meetlint (bijvoorbeeld papieren van een bouwmarkt oid). 


Suggesties op internet rondom meten:

Sociaal Culturele vaardigheden

Het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.


• constructief kunnen communiceren in verschillende sociale situaties met respect voor

andere visies, uitingen en gedragingen;

• het (her)kennen van gedragscodes in verschillende sociale situaties;

• eigen gevoelens kunnen herkennen en gekanaliseerd en constructief kunnen uiten;

• het tonen van inlevingsvermogen en belangstelling voor anderen;

• bewust zijn van de eigen individuele en collectieve verantwoordelijkheid als burger(s) in een samenleving.

Voorleesfeestje


Wat is er leuker dan een voorleesfeestje geven?

Geef een Raad eens hoeveel ik van je hou-familiefeestje!

Op de site van Geef een prentenboek cadeau staat een document met ideeën voor een voorleesfeest.


Samenwerken

Het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.


• verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen ;

• hulp kunnen vragen, geven en ontvangen;

• een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën;

• respect voor culturele verschillen;

• kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team;

• kunnen functioneren in heterogene groepen;

• effectief kunnen communiceren.

Kritisch denken

Het kunnen formuleren van een eigen, onderbouwde visie of mening.


• het effectief kunnen redeneren en formuleren;

• informatie kunnen interpreteren, analyseren en synthetiseren;

• hiaten in kennis kunnen signaleren;

• het kunnen stellen van betekenisvolle vragen;

• het kritisch reflecteren op het eigen leerproces;

• het open staan voor alternatieve standpunten.

Filosoferen


Het boek Raad eens hoeveel ik van je hou heeft onderwerpen waar je goed met kinderen over kan filosoferen.

Vragen zouden bijvoorbeeld kunnen zijn:

  • Kun je meten wie het meest van zijn pappa of mamma houdt?
  • Zou je ook teveel van iemand kunnen houden?
  • Kun je raden hoeveel iemand van jou houdt?
  • Op welke manieren kun je nog meer laten zien hoeveel je van iemand houdt?


Zelfregulering

Het kunnen realiseren van doelgericht en passend gedrag.


• het stellen van realistische doelen en prioriteiten;

• doelgericht handelen (concentratie, zichzelf kunnen motiveren voor en richten op de

uitvoering van een taak, zelfstandigheid) en monitoren van het proces (planning,

timemanagement);

• reflectie op het handelen en de uitvoering van de taak, en feedback op het eigen gedrag

en handelen benutten om adequate vervolgkeuzes te maken;

• inzicht hebben in de ontwikkeling van eigen competenties;
• verantwoording nemen voor eigen handelen en keuzes, en zicht hebben op consequenties van het eigen handelen voor de omgeving, ook op de lange termijn.