Digitale geletterdheid bestaat uit 4 vaardigheden namelijk:

  • ICT basisvaardigheden: de basis van ICT. Om kunnen gaan met apparatuur en software.
  • Informatievaardigheden: opzoeken van informatie (zowel online als offline!).
  • Mediawijsheid: omgaan met alle media die we gebruiken en op ons afkomen.
  • Computational thinking: problemen oplossen met behulp van de computer. Hieronder valt programmeren, het maken van algoritmes etc.

Computational thinking

De 3 vaardigheden ICT basisvaardigheden, Informatievaardigheden en Mediawijsheid, daar hebben de meeste mensen best een beeld bij. Bij computational thinking ligt dat iets anders.
Het is sowieso een lastig woord, waar veel mensen hun tong over breken. Het heeft te maken met programmeren, robotica, coderen.

Veel mensen vragen zich af: “Maar wat is Computational thinking nu precies?”. In deze serie artikelen ga ik je daar meer over vertellen.
Ik neem hiervoor de leerlijn Computational thinking van het SLO als uitgangspunt en richt me (vooral) op fase 1. Fase 1 is bedoeld voor de onderbouw van de basisschool.

Op de site van Don Zuiderman vond ik de volgende omschrijving:

“Computationeel denken (of robot-denken) is een manier om problemen op te lossen.
Dit kan een eenvoudig probleem zijn, zoals hoe kan ik een peer eten?
Of een ingewikkeld probleem, zoals hoe kan ik een wereldreis maken?


Door computationeel denken kun je de oplossing zo vertellen dat een computer (of een mens) het begrijpt.
Dus in kleine logische stapjes.”

Dat is inderdaad precies wat Computational thinking is!
Ga je mee op ontdekkingsreis hoe je computational thinking vorm kunt geven in de klas?

Leerlijn digitale geletterdheid SLO

De leerlijn Computational thinking valt uiteen in de onderdelen:

  • Probleem herformuleren
  • Gegevens verzamelen
  • Gegevens analyseren
  • Gegevens visualiseren
  • Probleem decompositie
  • Automatisering
  • Algoritmes en procedures
  • Parallellisatie
  • Abstractie
  • Simulatie en modellering

Een heleboel termen waarbij ik (en jij vast ook) denk: “Wat bedoelen ze daar nu mee?”.
Gelukkig wordt elk onderdeel weer uitgewerkt in aanbodsdoelen. En als je dan loslaat dat Computational thinking met computers en digitale dingen te maken heeft, dan kom je ineens veel dingen tegen die je met jonge kinderen al doet!

Kijk maar:

Probleem herformuleren

− praten met elkaar over hoe ‘problemen’ opgelost worden met een computer
− praten met elkaar hoe een probleem opgelost kan worden met een computer
− verkennen van de mogelijkheden om problemen op te lossen met een computer
− praten over genomen beslissingen, gevonden oplossingen en de meerwaarde van de computer hierbij

Dit is meteen best een lastige vaardigheid, zeker omdat er staat “met de computer”.
Maar als we ‘m daar los van zien, dan zijn we hier in de klas best al heel vaak mee bezig. Problemen oplossen is iets wat we veel doen in een (kleuter)klas!
Denk aan het maken van puzzels, maar ook bijvoorbeeld vouwvoorbeelden.

Interessant is het om samen met kinderen vooral echte problemen op te lossen:

  • We hebben een feestje, hoe gaan we dit organiseren?
  • We willen op schoolreisje, hoe gaan we dit voorbereiden?

Interessant om dan elke keer te bedenken hoe de computer kan helpen.

Ook dingen als een bepaald filmpje opzoeken op internet om een dansje te leren, een foto of video zoeken over een bepaald woord dat we niet kennen, zijn voorbeelden van deze vaardigheid.

Gegevens verzamelen

− Verzamelen van gegevens

In elke klas, bij (bijna) elk thema verzamel je wel gegevens:

  • Hoeveel jongens en hoeveel meisjes zitten er in de klas?
  • Wie heeft er een appel/ peer/ banaan/… mee?
  • Hoeveel broertjes/ zusjes heb je?
  • Hoeveel eikels/ kastanjes/ beukennootjes hebben we gevonden?

Dit soort vragen stelde ik heel regelmatig in de klas. Soms in de kring, soms liet ik een paar kinderen dit soort gegevens verzamelen. Bijna bij elk thema hadden we wel zo’n vraag, waarvoor gegevens verzameld moesten worden.

Gegevens analyseren

− Realiseren wat een eenvoudig patroon is

In de kleuterklas zijn we heel vaak bezig met patronen.
Patronen herkennen, voortzetten en maken doen we bij jonge kinderen echt heel vaak.
Denk maar aan kralen rijgen, mozaïek, plakfiguren, kralen planken.

Bij deze eerste stap maak je kinderen bewust van patronen. Praat met ze over een patroon dat je ergens ziet, wat spontaan gemaakt is.

− Herkennen van voornamelijk visuele patronen zoals in dans, muziek en afbeeldingen

Als kinderen dan eenmaal kennis hebben gemaakt met patronen, kunnen ze die overal in gaan herkennen. Zeker als jij ze daarbij een handje helpt!
Tijdens muziek en spellessen kun je bijvoorbeeld aan de slag gaan met ritmes klappen en ritmes lopen. Ook eenvoudige dansen waarbij patronen nagedaan en herhaald worden, zijn super leuk.

Een mooi voorbeeld van ritmes en patronen in muziek vind je op de site van juf Anke. Scrol naar het stuk: Vormen en geluiden.
Samen met de kinderen gaat Anke op zoek naar een manier om vormen en geluiden te combineren. Dit eindigt uiteindelijk in het maken van eigen partituren met logiblokken.

https://www.jufanke.nl/muziek.html
Bron: https://www.jufanke.nl/muziek.html

− Voortzetten en maken van patronen in concrete situaties

Als kinderen een patroon kunnen herkennen, is de volgende uitdaging om ze zelf patronen te laten voortzetten en zelf te laten maken.
Dat kan met allerlei materialen: kralen, plakfiguren, loose parts, kralenplanken, maar ook met autootjes, bekers, eigenlijk met alles wat je kunt bedenken.

− Ordenen van voorwerpen op één of meer zichtbare (of onzichtbare) eigenschappen

Regelmatig deed ik in de (kleine) kring een sorteerles met concrete voorwerpen.
Herfstvruchten sorteren, winter- en zomerkleding sorteren, sorteren op kleuren, etcetera, etcetera….

Een Venndiagram is ook een leuke manier om te sorteren. Je kijkt hierbij naar 2 verzamelingen met een gemeenschappelijk deel.

− Conclusies trekken uit ‘als-dan’ redeneringen

Als je je gegevens verzameld hebt, ga je daarna conclusies trekken:

  • Als er 7 jongens en 8 meisjes zitten in de klas, welke groep is dan het grootst?
  • Als er 8 appels/  2 peren/ 3 bananen meegenomen zijn welk fruit is dan het populairst?
  • Hoeveel broertjes/ zusjes heb je? ->Welk gezin is het grootst? Of : Hoeveel broertjes hebben we allemaal samen?
  • Hoeveel eikels/ kastanjes/ beukennootjes liggen er op tafel? ->Waar zijn er het meest van?

Gegevens visualiseren

− Weergeven van verzamelde gegevens in een eenvoudige visuele representatie

De verzamelde gegevens liet ik op verschillende manieren weergeven.
Het Venndiagram zoals hierboven is een manier, maar een staafdiagram is vaak ook een prettige manier.

Venndiagram
Bron: http://www.jufstuff.nl/2013/12/thema-kerstwinter-staafdiagram-maken.html

Zie je dat je al best veel doet aan Computational thinking?
Door je bewust te zijn van wat Computational thinking is, kun je de aandacht van kinderen hier meer op richten!

Binnenkort volgt het 2e deel van dit artikel en gaan we het hebben over:

  • Probleem decompositie
  • Automatisering
  • Algoritmes en procedures
  • Parallellisatie
  • Abstractie
  • Simulatie en modellering
Deel 2 Wat is computational thinking?