Let’s go code! Activityset

Levend programmeren! Dat is wat je doet met deze set Let’s go code.
Ik heb een set in huis en ga deze uitproberen. Natuurlijk vertel ik jullie wat ik ervan vind.

Inhoud van de activityset

De set bestaat uit:

  • 20 vloermatten in 4 kleuren
  • een set kaarten kaarten, bestaande uit
    • 2 startpijlen
    • 2 robots (het einddoel)
    • 2 veren (deze pik je onderweg op en breng je naar de robot om te repareren)
    • 2 tandwielen (deze pik je onderweg op en breng je naar de robot om te repareren)
    • 2 kruizen waarmee je een mat kunt blokkeren
  • set codeerkaarten bestaande uit:
    •  1 stap vooruit
    • draai naar links
    • draai naar rechts
    • 1 stap achteruit
    • grijper (hiermee pak je een veer of tandwiel op)
    • jet pack (hiermee “vlieg” je over een door een kruis geblokkeerde mat)
    • vraagteken (hiermee kun je zelf een opdracht bedenken.

Hoe speel je het spel?

Beginnende programmeurs

Leg 4 matten in een patroon.
Leg een startpijl op de mat waarop het parcours begint en een robot op de mat waar het parcours eindigt.
Ga op de startmat (met de pijl) gaan en zet steeds een stap naar de volgende mat, terwijl je hardop vertelt wat je doet: bijvoorbeeld 1 stap naar voren, draai naar rechts, 1 stap naar voren, etc.
De tweede speler legt bij elke stap de goede codeerkaart neer.

Let op! Een draai naar rechts (of links) is alleen draaien, en niet een stap naar voren!

Meer gevorderden

Maak een nieuw parcours en breid het aantal kaarten uit.
Leg de startpijl en de eindrobot neer.
Leg met de codeerkaarten de route neer. Het ene kind zegt de stappen 1 voor 1 hardop, het andere kind voert deze uit op de matten.
Zit er een fout in de route die gelegd is met de codeerkaarten? Dan gaan de kinderen samen op zoek naar de fout. Ze maken de route kloppend en proberen het nog een keer.

Met objecten

Op een bepaald moment kunnen de objecten toegevoegd worden: de veer, de tandwielen en het kruis.
Deze kun je verspreid over  de matten neerleggen.

Een veer en een tandwiel kun je oppakken met een grijpkaart. Deze codeerkaart moet dus op het goede moment in de route neergelegd worden, zodat de veer of het tandwiel opgepakt kan worden.

Een kruis betekent dat je niet op die mat mag stappen. Om daar over heen te komen heb je de codeerkaart met het jet pack nodig. Dus… ook deze moet op de goede plek in de route neergelegd zijn.

Met het vraagteken in de route kun je je medespeler een bepaalde handeling uit laten voeren. Deze mag je zelf bedenken! Degene die de route neerlegt is de programmeur en mag dus ook de bijbehorende actie bedenken. Dat kan echt van alles zijn: draai een rondje, zing een liedje, sta op 1 voet, tik je neus aan,….

Met 2 teams

Speel met 2 teams tegelijk op 1 speelveld.
Elk team kiest 1 speler die op de mat loopt, en 1 programmeur. Voor elk team ligt er een eigen startpijl en eind robot.
Om met 2 teams te spelen, heb je waarschijnlijk wel extra codeerkaarten nodig. Deze kun je kopiëren, of je laat 1 team de commando’s tekenen.
Als de teams elkaar ontmoeten op dezelfde mat, gaat eerst het ene team verder, daarna het andere team.

Mijn mening

Let’s go code! is een superleuke activiteit.
Je bent tijdens dit spel bezig met levend programmeren.
Natuurlijk kun je ook levend programmeren zonder deze set. Je kunt blokken maken met stoepkrijt of tape bijvoorbeeld. Ook de codeerkaarten kun je eenvoudig zelf maken.
Maar…. met deze set in de klas kun je even snel een spelletje levend programmeren spelen. Je pakt het uit de kast en zonder verdere voorbereidingen kun je aan de slag.

Dus…. een leuke set om in de klas te hebben en mee aan de slag te gaan!